Wilde konijnen

Het tamme konijn dat wij als huisdier kennen, stamt af van het wilde konijn.

Gedrag wilde konijnen
Deze wilde konijnen leven in grote groepen in de natuur. Ze maken met elkaar een uitgebreid gangenstelstel, meestal in de heuvels van een duin. De groepen waarin de konijnen leven, kunnen wel uit twintig volwassenen en hun jongen bestaan. Binnen de groep zijn er een aantal subgroepjes, die elk hun eigen graasgebied hebben. Daarnaast is er binnen de groep een soort rangorde of hiërarchie.

Kleuren bij wilde konijnen
Wilde konijnen zijn meestal grijsbruin van kleur. De oren van wilde konijnen kunnen erg groot zijn. Het wilde konijn eet verschillende soorten plantaardig voedsel, zoals grassen, akkergewassen, graan en kool. Daarnaast eten wilde konijnen hun eigen uitwerpselen op.

Voorplanting, gedrag en leeftijd wilde konijnen
De meeste jongen van de wilde konijnen worden geboren tussen februari en augustus. Per worp worden er drie tot twaalf jongen geboren. Een konijn kan drie tot zeven worpen per jaar krijgen. Hierdoor kan het aantal jonge konijnen enorm oplopen. Het mannetje beschermt zijn jongen tegen andere konijnen. Konijnen kunnen namelijk agressief worden en elkaar aanvallen. Om het gevaar te ontwijken, kan het konijn een snelheid van 55 kilometer per uur halen. Wilde konijnen kunnen negen jaar oud worden.

Populatie in Nederland
In Nederland leefden er veel wilde konijnen in zandstreken, bossen en duinen. In 1954 is dit aantal enorm gedaald, omdat er toen een grote ziekte onder de konijnen uitbrak. Het aantal is daarna weer gestegen, maar sinds 1994 daalt het aantal wilde konijnen in Nederland opnieuw. Dit komt vooral door het RHD-virus, dat dodelijk is voor konijnen. Andere oorzaken van de afname van het aantal konijnen zijn de infrastructuur, de toenemende bebouwing en de jacht op konijnen.Huisvesting in de vrije natuur: 
Wilde konijnen leven bij voorkeur in open gebieden, en dan nog het liefst op zandgrond. Het zijn sociale dieren, die in familieverband leven. Een konijnenfamilie leeft in een groot hol, waarbij ieder konijn zijn eigen afdeling heeft. Hoe meer de familie zich uitbreidt, hoe groter het holenstelsel wordt.
Het hol bestaat uit de woonruimte, waarop een aantal gangen uitkomt. De gangen worden onderscheiden in hoofdgangen en vluchtpijpen. Normaal gebruiken de dieren de hoofdgangen, maar in geval van nood, kiezen ze de smallere nooduitgangen. Vaak zoekt één van de dieren een hoger gelegen punt op, om van daaruit de omgeving te verkennen. De holen zijn vanbinnen helemaal kaal.

Nestkamers
De nestkamers bevinden zich op enige afstand van de eigenlijke woonruimte. Die kamers worden bekleed met droog gras, stro en plukken die het vrouwtje uit de zachte pels op haar buik plukt. Na de geboorte van de jongen, gaat de moeder een paar keer per dag naar de kraamkamer om ze te zogen. Na ongeveer 30 dagen verlaten de jonge het hol en voegen ze zich bij de familie.