Voortplanting
Wanneer
je een mannetjes konijn en een vrouwtjeskonijn laat samenwonen, bestaat
er een grote kans op gezinsuitbreiding. Je moet van tevoren goed overwegen
of je daar wel aan wilt beginnen.
Een nestje konijntjes is leuk, maar naar het tweede of derde nest kan
het moeilijk worden om nog een goed tehuis voor de jongen te vinden. Houd
dus met ( al of niet gewenste ) voortplanting rekening wanneer je de dieren
gaat aanschaffen.
Wie al een mannetje en een vrouwtje heeft, maar geen jongen wil, kan de
dieren in 2 aparte kooien huisvesten. Het is ook mogelijk een mannetje
te laten castreren.
Voortplanting: Mannetje of vrouwtje
Bij jonge konijnen is het verschil tussen beide geslachten niet eenvoudig
aan de buitenkant te zien. Ervaren konijnenhouders hebben hier een trucje
voor. Ze leggen het konijntje op de rug, op hun schoot en duwen de huidplooien
bij de geslachtsopening naar achteren. Bij de mannetjes komt dan een kleine
penis naar buiten. Als je het verschil niet zelf kunt vaststellen, kun
je je dierenspeciaalzaak houder of dierenarts, vragen om het geslacht
te bepalen. Helaas gebeurt het wel eens dat ondeskundig personeel een
foutje maakt, bij de geslachtsbepaling. En dat 2 ‘vrouwtjes’
later opeens jongen blijken te hebben. Volwassen rammen hebben duidelijke
teeltballen.
Voorplanting: Inteelt
Om verantwoord te fokken mag je niet elk willekeurig mannetje ( ram of
rammelaar ) en vrouwtje ( voedster ), met elkaar laten paren. Het risico
bestaat dan namelijk dat er inteelt plaatsvindt. Als je bijvoorbeeld een
broertje en zusje uit een nestje van de buren heeft gekregen, kun je daar
beter niet mee fokken. Als deze jongen zouden krijgen, is dat een ernstige
vorm van inteelt. En wie geeft je de garantie dat het nestje van de buren
ook al niet van een broer en zus was? Nu is een keer inteelt geen ramp,
maar als het enkele keren achter elkaar gebeurd, zullen de gevolgen snel
zichtbaar zijn. De jongen worden bij elk nest kleiner en zwakker, er worden
er steeds minder geboren en uiteindelijk treden ook aangeboren afwijkingen
op.
Voorplanting: De paring
Het voorjaar is de beste tijd om met konijnen te fokken. Grote konijnenrassen
zijn later geslachtsrijp en dus ook fokrijp, dan kleine rassen. Zorg ervoor
dat je voedster minimaal 6 maanden oud is, voordat ze gedekt word. Een
voedster moet paringsbereid zijn, om gedekt te kunnen worden. Uit haar
gedrag blijkt of een vrouwtje wil paren. Ze krabt dan in het stro, bouwt
nesten en is duidelijk onrustig. Laat nooit zomaar een onbekende ram in
het verblijf van de voedster. Zet de kooien eerst een paar dagen naast
elkaar, zodat de dieren aan elkaar kunnen ruiken en zien. Breng ze daarna
samen in een ‘neutrale’ kooi of ( liever nog ) in een vrije
ruimte. De ram zal dan met veel vleierij en machogedrag de voedster voor
zich proberen te winnen. De dieren besnuffelen elkaar intensief en het
mannetje likt het vrouwtje. Vaak loopt het mannetje brommend om haar heen,
en toont zijn staartje. Uiteindelijk drukt het vrouwtje zich plat op de
grond met haar achterste in de lucht. De eigenlijke dekking duurt maar
ongeveer 15 á 20 seconden. Na een geslaagde dekking valt de ram
zijdelings van de voedster af, al dan niet met een geluidje. Probeer de
geboorte te plannen ( niet in de vakantieperiode! ) en noteer de datum
waarop de dekking heeft plaatsgevonden.
Voorplanting: Zwangerschap en geboorte
Na een geslaagde dekking duurt het ongeveer 10 uur voordat het bevruchte
eitje zich in de baarmoeder nestelt. De dracht van een konijn duurt 31
tot 32 dagen. Drachten langer dan 32 dagen eindigen vaak in moeilijke
worpen, die soms meerdere dagen duren en waarbij de kans op levende jongen
minimaal is. Tijdens de dracht heeft het vrouwtje vooral rust nodig. Ze
mag dan ook niet meer worden opgetild. Ook heeft ze behoefte aan extra
voedsel en mineralen. Geef haar een liksteen. Die bevat veel zouten en
mineralen. De voedster voelt instinctief wanneer ze deze stoffen nodig
heeft. Ze krijgt ze dan vanzelf binnen door aan de steen te likken. Maak
een paar dagen voor de verwachte geboorte het hok nog eens goed schoon
en zorg voor extra nestmateriaal. De geboorte verloopt over het algemeen
probleemloos. De moeder deponeert de jongen in de nesthoek, die ze van
te voren heeft ingericht ( meestal de donkerste hoek ). Een enkele keer
werpt een onervaren moeder haar jongen verspreid door het hok, en laat
ze vervolgens aan hun lot over. Leg de jongen dan met behulp van een doek
( of met een textiel handschoen aan ) in de nesthoek, en kijk of de moeder
ze gaat verzorgen. Raak de jongen zo min mogelijk of helemaal niet aan.
Is het toch nodig, haal dan eerst je hand over de voedster en door de
bodembedekking. Na de geboorte zal de moeder de nageboorte opeten. Dat
is een overblijfsel uit de vrije natuur. Door het opeten van de placenta
krijgt ze extra voedingsstoffen binnen. Het voorkomt ook dat roofdieren
de nageboorte ruiken en op de jongen afkomen. Meestal worden er 3 tot
4 jongen geboren, soms ook wel 6 tot 8. het is verstandig om even te controleren
of er dode jongen in het nest liggen. Doe dat wel voorzichtig, want de
trotse moeder kan nogal agressief zijn naar mensen en dieren die haar
jongen bedreigen. Wanneer de ram bij de voedster blijft, dan is ze 24
uur na de bevalling meestal alweer gedekt.
Voortplanting: Ontwikkeling
Na de eerste controle moet je het nest een paar dagen met rust laten.
Kijk na een dag of 4 of alles nog in orde is. In de meeste gevallen zullen
de jongen met volle buikjes in het nest liggen. Soms is er een achterblijvertje
dat duidelijk kleiner en dunner is. Dit diertje zal het meestal wel redden,
maar klein en iel blijven. Na enkele dagen is het eerste nesthaar al zichtbaar.
Rond de tiende dag gaan de oogjes open. Houd dit in de gaten, maar peuter
de oogjes beslist niet te vroeg open. Rond de achttiende dag maken de
vroegste jongen wel eens aanstalten om ‘vluchtig’ een verkenningsrondje
te gaan maken. Echter, hoe langer ze blijven hoe beter. Dan heeft de voedster
nog genoeg zog ( melk ). De jongen zullen voorspoedig opgroeien. Na een
week is hun gewicht al verdubbeld. Na 14 dagen bedraagt hun gewicht al
4 keer het geboortegewicht. Na een maand kun je de jongen voer gaan geven.
Er is speciaal voer voor jonge konijntjes in de handel.
Voortplanting: Voeden met de fles
Als de jongen allemaal mager en schriel blijven, heeft de moeder onvoldoende
melk. Je kunt de jongen dan bij voeden. Als de moeder na de geboorte sterft
of de jongen verstoot, kun je zelfs proberen met de fles groot te brengen.
Dat lukt alleen als ze de eerste dagen na de geboorte wel moedermelk hebben
gehad. In de dierenspeciaalzaak zijn kleine kittenzuigflesjes te koop,
die je voor dit doel kunt gebruiken. Met de fles groot gebrachte konijntjes
worden vaak enorm aanhankelijk, maar het hele proces kost wel de nodige
tijd en moeite. De jongen moeten, afhankelijk van de melkproductie van
de moeder, 2 tot 4 keer per dag worden bij gevoed. Na het voeden moeten
hun buikjes gemasseerd worden met een vochtig wattenstaafje om de spijsvertering
te stimuleren. De moeder doet dat door aan de buikjes en geslachtsorganen
van de jongen te likken.
Advertentie
Knaagdierenwinkel
Grote selectie aan voer en kooien
5% korting voor nieuwe klanten!
www.zooplus.nl
|